Na een korte nachtrust zit ik vanmorgen, en vermoedelijk vele Nederlanders met mij, met een teleurgesteld gevoel, glazig voor me uit te kijken. Het is weer niet gelukt. Als voetbalfan heb ik het gewaagd om ’s nachts om drie uur op te staan om de wedstrijd tegen Marokko te gaan bekijken. Het had zo mooi kunnen zijn. Gakpo schoot Nederland op voorsprong. Het is hem van harte gegund. Na verdrietige familieomstandigheden was het zò mooi dat juist hij binnen schoot. Ik zat met tranen in de ogen het doelpunt mee te vieren. Het leek op dat moment meer dan de moeite waard om je nachtrust op te offeren, maar in blessuretijd maakte Marokko gelijk en na een verlenging volgden de penalty’s. Opnieuw lukte het Nederland niet om er meer in te schieten dan de tegenstander. De leeuw staat weer in z’n hempie. Einde WK voor Oranje, einde nachtrust voor Peter. Zoals zo vaak geeft voetbal eerst veel spanning waarna de teleurstelling volgt. Heel lang geleden, toen ik een aantal jaren in de hoofdmacht van de Wapenveldse blauwwitten een balletje mee trapte, zijn er heel wat weekenden verpest, alleen omdat het ons weer niet lukte om de overwinning over de streep te trekken. Nu ik een beetje op leeftijd begin te komen zijn de emoties wat minder heftig, maar het neemt niet weg dat ik kan balen als mijn favorieten niet kunnen waarmaken wat ik had gehoopt. Helaas ligt mijn voetbalcarrière al ver achter me. Nu ik wat ouder word lukt het me niet echt om een sport te vinden die bij mijn kwaliteiten en mijn leeftijd past. Maar na stevig aandringen van enkele gezinsleden moet ik er toch aan geloven. Met uit verband gerukte Bijbelteksten is het me een tijdje gelukt om de boot af te houden. Paulus schrijft namelijk dat oefening van het lichaam niet veel nut heeft (1 Timotheüs 4:8), maar na serieuzer lezen moet ik toegeven dat er niet staat dat het zonder nut is. Uiteindelijk heb ik voor mezelf een andere sport uitgezocht die niet spannend maar wel inspannend is. Ik ga twee keer per week naar de sportschool. Hoe diep kan een mens vallen. Om de stap te maken, moest ik wel mezelf overwinnen. Ik verwachtte op de sportschool allemaal stoere mannen in strakke hemdjes, met blokjesbuiken, tattoos en zweetbandjes en zo. In dergelijk gezelschap zou ik hopeloos uit de toon vallen. Maar het valt gelukkig mee. Ik val niet eens op tussen de andere sporters met m’n Scapino tenue. In de sportzaal staan acht verschillende toestellen opgesteld, zodat alle spiergroepen getest en versterkt worden. Je wordt geacht om twee keer de hele ronde met acht toestellen af te werken. De toestellen zijn afgestemd op je persoonlijke (gebrek aan) kracht, zodat je spieren niet meer belast worden dan ze aankunnen. Iedere maandag en woensdag hijs ik me weer met tegenzin in m’n Scapino tenue. Maar achteraf is er toch wel een beetje voldoening. Vooral omdat na afloop het fijnste moment aanbreekt. Het leukste toestel in de hele sportschool is namelijk het koffieapparaat waar we vrij gebruik van kunnen maken. Omdat je verder individueel bezig bent is het wel prettig om op die manier contact met andere sporters te hebben. Ik ben nu eenmaal een mensen mens. Ik moet eerlijk gezegd wel toegeven dat het me wel helpt om de conditie een beetje op peil te houden. Vooruit maar weer, ik ga na deze teleurstellende nacht er maar weer tegenaan en maak een nieuwe afspraak om morgenvroeg naar de sportschool te gaan. We houden de moed erin.
1 Opmerking
Hallo Peter, wat weer een leuke column! Een rake typering van wat de sportschool ook voor mij betekent. Zo diep ben ik dus nog niet gevallen... Ik wens je succes om je conditie weer op pijl (?? = peil) te brengen! En tegen aan = tegenaan, maar een kniesoor die daarop let.
Antwoorden
Laat een antwoord achter. |
columns van peter
Juni 2026
|
